Kinderopvang in een nieuw jasje; 21 maatregelen

duplo

Per 1 januari 2018 gaat de Wet Innovatie Kwaliteit Kinderopvang in.  

De nieuwe wet is gebaseerd op vier pijlers:

  1. De belangen van het kind staan centraal; het waarborgen van een pedagogische praktijk waar kinderen zich in een veilige en vertrouwde omgeving kunnen ontwikkelen. 

  2. Kinderopvang is veilig en gezond. De omgeving waarin kinderen zich ontwikkelen is veilig en gezond. We beschermen kinderen tegen grote risico’s en leren ze omgaan met kleine risico’s.

  3. Er is stabiliteit en pedagogisch maatwerk. Een stabiele en daarmee veilige omgeving is een voorwaarde voor ontwikkeling. Door maatwerk kunnen ondernemer, medewerker en oudercommissie innoveren en de pedagogische kwaliteit en de wensen en behoeften van kinderen en hun ouders centraal stellen.

  4. Werken in de kinderopvang is een vak. Er worden hogere eisen aan de professionaliteit van medewerkers gesteld, omdat zij en de kinderen dat verdienen. Er is doorlopend aandacht voor de ontwikkeling van de vaardigheden van beroepskrachten. 

Per pijler zijn maatregelen opgesteld, 21 in totaal, die de kwaliteit van kinderopvang op termijn moeten gaan verbeteren en die de regeldruk voor kinderopvangondernemers moet verlichten. 

De belangrijkste veranderingen op een rij:

Aan ieder kind wordt een mentor toegewezen. De mentor werkt op de groep waar het kind is geplaatst. Zij volgt de ontwikkeling van het kind, is het eerste aanspreekpunt voor ouders (en in de BSO ook voor het kind). De mentor hoeft niet per sé één van de ‘vaste gezichten’ van het kind te zijn.

Pedagogisch medewerkers hebben ieder kind ‘in beeld’ en volgen het in zijn ontwikkeling. Zo kunnen ze aansluiten bij de ontwikkeling van het kind en het stimuleren de volgende stap te zetten.  Eventuele bijzonderheden in de ontwikkeling worden gesignaleerd en er wordt actie op ondernomen. In het pedagogisch beleidsplan is opgenomen hoe dit wordt georganiseerd.

Vanaf 1-1-2018 moet op iedere kinderopvanglocatie tijdens openingsuren altijd minimaal één volwassene aanwezig zijn die beschikt over een gecertificeerd ‘kinder- EHBOdiploma.

Aan een kind worden twee vaste pedagogisch medewerkers toegewezen. Op de dagen dat het kind komt, is altijd minimaal één van deze twee pedagogisch medewerkers werkzaam. 

* Bij aaneengesloten openstelling van tien uur of meer per dag kan maximaal drie uur per dag worden afgeweken van de vereiste Beroepskracht - KindRatio (BKR, hoeveel pedagogische medewerkers er op hoeveel kinderen moeten staan). Daarbij wordt minimaal de helft van de vereiste BKR ingezet. 

* Vrijwilligers mogen niet langer formatief worden ingezet. Ze tellen dus niet mee in de

berekening voor de BKR. 

Het werken met baby’s vraagt om specifieke expertise. Pedagogisch medewerkers die met baby’s werken, moeten hiervoor aanvullende scholing krijgen. 

* Er worden eisen gesteld aan de taalvaardigheid van pedagogisch medewerkers. 

Om de ontwikkeling van pedagogisch medewerkers te stimuleren, wordt gestreefd naar een landelijk systeem van permanente educatie. 

De Brancheorganisatie Kinderopvang heeft in kaart gebracht wat de exacte maatregelen zijn, welke actie dit vraagt van de kinderopvangorganisatie en of OC's adviesrecht hebben. Oudercommissies kunnen deze erbij pakken om samen te kijken naar de veranderingen. 

terug