1ste Nederlandse Staat van het Gezin

Om het Nederlandse gezin hangt een spruitjeslucht, waar we liever vandaan blijven. Gezinnen moeten het vooral zelf bepalen en regelen. Echter aan die 2,6 miljoen keukentafels worden de problemen van alledag besproken en zien gezinnen zich geconfronteerd met de haast onmogelijke taak om werk, gezin en zorg te combineren. Het is een ware balanceeract van jonge gezinnen.

Staat van het Gezin

Het was de aanleiding voor stichting Voor Werkende Ouders, het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid en het mediaplatform WIJ om de eerste Nederlandse Staat van het Gezin te maken. We verzamelden gegevens, analyseerden die opnieuw en deden een uitvraag onder ouders. Dat levert een opmerkelijk beeld op.

Als je aan een ouder vraagt hoe het met hem of haar gaat dan zeggen de meesten: ‘goed hoor’. Maar vraag je verder en vraag je hoe het echt met ze gaat, dan zullen ze zuchten en misschien een traan laten, want zo gemakkelijk is het niet altijd, dat ouderschap. En als het met die ouder niet zo goed gaat, als de ouder stress ervaart, geldzorgen heeft of mentaal worstelt, wat betekent dat dan voor het kind?

Op 30 mei overhandigden wij de eerste Nederlandse Staat van het Gezin aan minister Van Gennip van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ter gelegenheid van de Internationale dag van de Ouder op 1 juni.

Het gezin in cijfers

In de afgelopen maanden hebben wij informatie verzameld die een indicatie geeft over hoe het met gezinnen gaat. Het gaat om bestaande, openbaar toegankelijke cijfers. Ook hebben we een peiling gedaan onder 515 ouders. Samen presenteren we die in de eerste Nederlandse Staat van het Gezin en tonen opmerkelijk beeld:

Het gaat relatief goed met Nederlandse gezinnen. Nederland wordt ervaren als een fijn land en vooral vrijheid en goede voorzieningen worden daarbij genoemd, zeker ten opzichte van andere landen. Ouders maken zich zorgen maar aanvaarden die zorgen ook. Ze ervaren echter ook flinke uitdagingen, vooral in hun werk-gezin-zorg combinatie en merken weinig ondersteuning vanuit de samenleving, de politiek en het bestaande systeem.

Volgens 89% van de gezinnen is Nederland een land waar ze graag willen wonen. 48% Geeft aan dat Nederland goede voorzieningen kent, maar 74% geeft aan dat de politiek te weinig doet.

Ouders maken zich zorgen over de gas- en energieprijzen (57%), de kwaliteit van het onderwijs (53%), duurzaamheid en het milieu (48%), energie en slaap (43%) en kansenongelijkheid (41%).

Naast dat ouders aangeven dat het hen goed gaat, ervaren ze dus ook veel zorgen. Ze kunnen die zorgen goed adresseren én vinden het oké dat ze zich zorgen maken. Dit, naast de opmerkingen die door ouders worden gemaakt over het gebrek aan ondersteuning die ze ervaren, geeft een zorgelijk beeld. Het is een paradox: het gaat hen goed, maar vooral omdat ze aanvaarden dat het hen eigenlijk niet goed gaat.

De cijfers en analyse zijn een illustratie van het feit dat het Nederlandse systeem rondom gezinnen zich kenmerkt door het controle model. Gezinnen balanceren hierbij op een bol en als het mis gaat dan moet er worden ingegrepen, bijvoorbeeld door extra financiële steun, passend onderwijs of jeugdhulp. Vanuit verschillende sectoren en kolommen wordt er probleemgericht naar ouders en kinderen gekeken, terwijl een brede visie en gezamenlijke inzet mist. Ondersteuning is er pas als het mis is en het is de vraag of het dan altijd passend is. Dit brengt een hoog risico met zich mee.

page5image45376240

Nederland zou gezinnen (kinderen, ouders en opa en oma’s) beter kunnen ondersteunen via het adaptatiemodel. Hierin is de aandacht gericht op de omgeving, de context waarbinnen gezinnen functioneren en weten gezinnen zich gesteund. Ze behouden de keuzevrijheid om hun leven in te richten zoals zij dat goed achten. Ze kunnen vertrouwen op een gegarandeerde context die ondersteunend is aan hun gezinsfunctioneren. Die context vindt zijn fundament bij de gemeente en andere overheden, de werkgever, maar ook in de wijk, (sport)vereniging, school, kinderopvang en jeugdhulp.

Conclusies Staat van het Gezin

oudersOp basis van alle cijfers, de analyse en de peiling onder ouders zijn een aantal conclusies te trekken en aanbevelingen te maken uit deze eerste Staat van het Gezin. De cijfers laten een paradox zien:

Ouders ervaren Nederland als een land waar ze graag en in vrijheid kunnen wonen met goede voorzieningen. Ouders geven aan dat het hen goed gaat, maar ze zich wel zorgen maken maar die zorgen voor lief nemen. Eigenlijk gaat het alleen relatief goed.

Het gezinsleven is vermoeiend en de combinatie werk – zorg – gezin eist zijn tol. Ouders ervaren veel druk en missen daarbij ondersteuning vanuit de brede samenleving. Ze hebben het idee dat ze als gezin alleen staan in de taken die ze moeten vervullen. Vooral de inrichting in verschillende domeinen (zorg, onderwijs, financiën) werkt stressverhogend. Ouders hebben extra zorgen over de druk die er op jonge gezinnen ligt en op de manier waarop jongeren (12-21 jaar) worden ondersteund.

Nederland zou kinderen, ouders en opa en oma’s veel beter moeten ondersteunen via het adaptatiemodel waarbij gezinnen ondersteund worden door het systeem en de community eromheen. Gezinnen vallen niet uit het kommetje, maar worden gesteund en behouden de keuzevrijheid om hun leven in te richten zoals zij dat goed achten. Ze weten echter dat ze gesteund worden door hun gemeente, werkgever, de overheid maar ook vanuit hun wijk, school, kinderopvang en jeugdzorg.

Belangrijkste zorgpunten van ouders zijn:

  • de combinatie werk, gezin en zorg,
  • de kosten van het huishouden,
  • tijd voor elkaar,
  • energie en slaap en
  • onderwijs en kinderopvang.

Aanbevelingen Staat van het Gezin

De aanbevelingen die leiden uit de Staat van het Gezin zijn legio. Ieder onderzoek leidt weer tot nieuwe aanbevelingen die gezamenlijk onder de noemer “Gezinsbeleid” zouden kunnen passen. Dat is dan ook de overkoepelende aanbeveling: zorg voor gezinsbeleid waarmee de landelijke overheid een normering aangeeft in hoe we als samenleving naar de waarde van gezinnen kijken. Sluit hierop aan met al het lokale beleid.

Gezinsbeleid gaat verder dan het individuele gezin. Het raakt ook aan de verhouding tussen gezin en werk, het oog van werkgevers voor ouderschap, armoede, schulden, gelijke kansen, onderwijs, het beroep dat onderwijs op ouders doet, taal, wonen, het klimaat en de stress die volgt uit woonsituaties en de druk op de woningmarkt. Een omgeving die ouders ondersteunt gaat verder dan sociale steun, maar ook om of de fysieke omgeving ouders die helpt in het maken van de goede en gezonde keuze en ontmoeten. Dat laten de cijfers van de Staat van het Gezin duidelijk zien.

Onderstaande punten zijn wat ons betreft onmisbaar in “Gezinsbeleid”:

1  Garandeer een basisniveau aan toegankelijke ondersteuning voor alle gezinnen.

Ouders kunnen met hun vragen in hun buurt, in hun eigen gemeente terecht bij een vindbaar en toegankelijk loket dat erop gericht is een antwoord te geven op de vraag die ouders stellen.

2. Overheidsbeleid ondersteunt de stap naar werken vanuit het adaptatiemodel

Overheidsbeleid gaat uit van vertrouwen in ouders, in hun goede bedoelingen en versterkt de eigen regie van ouders. Dit is niet nieuw: het is in bijvoorbeeld de jeugdwet en de richtlijnen jeugdhulp al goed opgeschreven. Het helpt ouders te weten dat ze hun vragen om ondersteuning kunnen stellen, zonder daarbij angst te hebben voor diezelfde overheid. De waarde van ouders voor een gezonde en kansrijke ontwikkeling van kinderen en onze maatschappij is onschatbaar.

3.  Structureel aandacht voor de Staat van het Gezin

Er komt een jaarlijkse update van de Staat van het Gezin, er wordt op een gezinsgerichte manier onderzoek gedaan, in co-creatie met gezinnen, ouders, jeugdigen en daarmee worden witte vlekken ingevuld en wordt er gewerkt aan het beter in beeld brengen van de paradoxen rond ouderschap. Op die manier wordt aan beleidsondersteunende informatie gewerkt voor gemeente en overheid.

We stellen voor om huidige informatie te bundelen en vanuit gezinsperspectief analyseren. Dit kan meer structureel en voor de lange termijn vormgegeven worden in een dashboard, met meer aandacht voor de witte vlekken, om landelijk en lokaal overheidsbeleid en uitvoering te onderbouwen, te voeden en te leren over wat werkt voor ouders. Dit dashboard geeft inzicht in hoe het gaat met gezinnen en welke knoppen er zijn om gezinnen beter te ondersteunen.

4. Het vertrouwen in de overheid staat of valt met het vertrouwen van de overheid

Ouders en gezinnen praten aan 2,6 miljoen keukentafels over situaties van alledag. Hun alledaagse ervaring met de overheid (in de vorm van een gemeente, formele hulp, landelijke overheid) kleurt aan al die keukentafels hun bereidheid te participeren in de samenleving, hulp te vragen, hulp te bieden. Vertrouwen komt te voet en gaat te paard. Een betrouwbare overheid is zich dit bewust, kijkt zelfbewust naar de eigen rol in het complex van factoren en is bereid om in gevallen waarin dit nodig is (zie bijvoorbeeld de diverse affaires) gericht en selectief ouders en gezinnen te helpen met hun eigen verantwoordelijkheid.

5. Duurzame preventie

De overheid (gemeente, landelijk) voorziet in al haar beleid op een duurzame manier in preventieve activiteiten. Dit betekent dat er ondersteuning is voor hen die zorg nodig hebben (geïndiceerde preventie), specifieke ondersteuning komt voor de groepen waaruit deze mensen afkomstig zijn (selectieve preventie) en universeel preventief beleid is om te voorkomen dat deze groepen kunnen ontstaan (universele preventie). Kijk hiervoor ook naar het buitenland. België heeft sinds enkele jaren het Groeipakket op maat voor gezinnen.

6. Oog voor ouders

Heb oog voor ouders. De betrokkenheid van ouders bij zaken die hun kinderen aangaan (zoals zorg en onderwijs) wordt nog te vaak als lastig en ingewikkeld ervaren. Samenwerken betekent samen doen. Een “kind- check” (= hoe gaat het met de kinderen in deze situatie) is inmiddels vanzelfsprekend, maar hoe zit het met de “ouder-check”? Bij medische, mentale en sociale zorg en ondersteuning zou dit ook een vanzelfsprekendheid mogen zijn, vanuit het vanzelfsprekende vertrouwen in gezinnen. Op die manier kan de behoefte aan ondersteuning ook beter in beeld gebracht worden.

Het is belangrijk om in beleid en praktijk – ook in communicatie – ouders op een andere manier aan te spreken en te betrekken en de huidige stigmatisering te doorbreken. We hebben een normverandering nodig rondom ouders voor de lange termijn, waarbij ouderschap meer wordt gezien als meerwaarde voor de maatschappij en het welbevinden en mentale gezondheid van ouders meer centraal komen te staan. Ouders doen het knap, stellen soms lastige vragen, maar ze investeren wel in de toekomstige generaties.

Maak werk van toegankelijke ondersteunende ouderschapscursussen en doe daarmee recht aan het belang van ouders in het opgroeien van kinderen. Voer het gesprek met ouders op de werkvloer over wat ze nodig hebben in elke fase van het opgroeien van hun kinderen. Laat maatstaven en vergelijkingsmateriaal thuis en vraag hoe het echt gaat.

Neem hierin ook de omgeving mee (zorg bv dat ouders bij hun geparkeerde auto veilig in- en uit kunnen stappen met hun kinderen). Investeer in een familievriendelijke cultuur, die ondersteunend is en niet ondermijnend.

7. Aandacht voor werk, gezin en zorg

De inflatie, de stijgende energie en gasprijzen, de krapte op de woningmarkt en daardoor hogere hypotheken zorgen ervoor dat de druk op de gezinsportemonnee onder druk staat. Ouders staan hierdoor onder druk om meer te werken om de normale lasten te kunnen blijven dragen. Dat terwijl ouders nu al moeite hebben om werk, gezin en zorg te combineren. Ondersteun gezinnen in deze zoektocht naar balans.

Ook hierin speelt een ieder een rol. Het gesprek aan de werkgeverstafel is net zo belangrijk als goede verlofregelingen en tijd voor het gezin. Er zijn op de momenten dat het nodig is en werken op het moment dat het kan. De maatschappelijke rol van het onderwijs gaat verder dan alleen onderwijs bieden en basisvaardigheden aanleren. De kosten van de kinderopvang zijn van grote invloed op het financiële huishoudpotje en stimuleren nu niet om meer te werken.

De opdracht is om met een brede blik naar gezinnen te kijken en te ondersteunen waar nodig in elke fase van hun leven. Het zijn Olympische ringen die in elkaar grijpen en samen komen aan die 2,6 miljoen keukentafels.

Het is ook een antwoord op de krapte op de arbeidsmarkt. Het onbenut arbeidspotentieel van parttime werkende ouders kan in veel gevallen een oplossing bieden voor het grote personeelstekort in verschillende sectoren. Als wij het ondersteunende systeem zo inrichten dat parttime werkende ouders, al is het maar een paar uur, extra gaan werken, dan biedt dat ruimte, rust en tijd voor ouders om meer te gaan werken en zo een stabiele financiële basis te bieden voor hun gezin. Bovendien draagt het bij aan de financiële onafhankelijkheid van vrouwen.

8. Meer aandacht voor jongeren en studenten

Tenslotte een hartekreet: Er moet meer aandacht komen voor de mentale gezondheid van jongeren en studenten (12-27 jaar). Steeds meer jongeren kampen met fysieke, mentale en sociale uitdagingen – of een optelsom. Het beroep op jeugdhulp is nog nooit zo groot geweest. De COVID-19 pandemie maakt deze uitdagingen nog groter en scherper. Tegenstellingen nemen toe. Mentale gezondheid moet een vaste plek krijgen in het onderwijs met programma’s zoals Je Brein de Baas?! en in de maatschappij met initiatieven zoals jongerenhulponline.nl.

Er is zorg bij ouders over de prestatiedruk in het onderwijs, maar ook over de omgeving waarin jongeren opgroeien. Alcohol, drugs en gokken baart zorgen bij ouders. Zorg voor een omgeving waarin we het voor jongeren makkelijker maken om goede en gezonde keuzes te maken en de ongezonde varianten moeilijker maken. Thuisbezorgende boodschappendiensten maken het voor jongeren momenteel bijvoorbeeld erg gemakkelijk om alcohol te kopen. We struikelen over gokreclames die niet erg hun best doen om niet bij jongeren terecht te komen.

Jongeren zelf maken zich zorgen over hun toekomst waar duurzaamheid, studieschulden, een krappe woningmarkt en de financiële kosten van de coronapandemie een duister toekomstbeeld schetsen.

In deze eerste Staat van het Gezin kijken we naar hoe het met gezinnen gaat. Het is meteen ook een uitnodiging om samen met ons het gesprek aan te gaan over gezinnen en hun uitdagingen, want iedereen speelt een rol in de oplossing. Van ministeries, de Kamer en de gemeente tot werkgevers, onderwijs, kinderopvang en ouders en kinderen zelf. Wij maken het samen graag gemakkelijker voor gezinnen. Wil jij of jouw organisatie zich aansluiten, laat het ons weten.

Stichting Voor Werkende Ouders

Het runnen van een gezin is als het runnen van een bedrijf. Wij denken dat het makkelijker kan. Hierin speelt iedereen een rol, de politiek, de maatschappij, werkgevers, de media en ouders zelf. Wij lobbyen hiervoor. Wij helpen ouders op onze startpagina Wat Ouders Willen Weten met een podcast, TijdBaas en een stoomcursus ouderschap. Wij vertegenwoordigen ruim 15.000 ouders in Nederland. Ruim 850 ouders denken met ons mee in onze denktank.Doe je ook mee?