Vrouwen delven onderspit werk-zorg verdeling

keuze_werk_gezin
Vrouwen hebben nog steeds geen gelijke positie aan mannen op de arbeidsmarkt, brengen het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vandaag naar buiten. Hoewel hun emancipatie langzaam vordert, blijven ze het moeilijk vinden om met hun partner te overleggen over een evenwichtiger verdeling van werk en zorgtaken binnen het gezin. Dus wijzen veel vrouwen naar de overheid. Die zou moeten regelen dat hun onderhandelingspositie verbetert.

Veel vrouwen herkennen de situatie: daar zit je dan met je vent aan de keukentafel. Dit gesprek is al twintig keer uitgesteld, maar het moest er toch een keer van komen: hoeveel dagen ga ik straks voor de kleine zorgen en hoeveel jij? En vergeet niet dat we ook nog twee keer in de week voor opa moeten koken. Wie gaat dat doen? Je komt ook net van je moeder af, die met haar ouderwetse normen en waarden heeft geroepen dat jij wel goed voor je familie moet zorgen.

Hij zegt vervolgens dat het hartstikke druk is op werk. Manlief heeft er wel over gesproken met zijn baas om minder te gaan werken, maar die keek erg moeilijk. En laten we eerlijk zijn: hij is al zo onhandig in het huishouden, laat staan dat die kerel van jou ook nog fulltime voor de baby moet zorgen! Om maar te zwijgen over geld: want hij heeft een heuse carrière met goede verdiensten. Terwijl jij dat stiekem ook wilt, maar nu niet hebt.

In de praktijk is binnen de meeste gezinshuishoudens van een gelijke verdeling van werk, huishouden en zorg geen sprake. Vrouwen werken in deeltijd, gemiddeld 26,6 uur, ook als ze geen kleine kinderen hebben. Mannen houden sterk vast aan hun voltijdse werkweek van zo'n 38 uur per week, ook als ze kleine kinderen hebben. De gedachte bij de helft van de mannen is dat vrouwen sowieso beter voor een kind kunnen zorgen, zij gaan dan wel met hun zoon naar de voetbal of met hun dochter naar paardrijden. Overigens denkt ook een kwart van de vrouwen er ook zo over.

Maar er is ook een puur economische reden voor de huidige gang van zaken: bij zeven op de tien paren is de man nog altijd de hoofdkostwinner. Dus is het voor de gezinsportemonnee logischer dat hij zoveel mogelijk dagen werkt. Ook werken zeker lager opgeleide vrouwen heel vaak op flexibele contracten, waardoor ze makkelijk hun uren kunnen afbouwen zonder grote gevolgen voor de continuïteit van hun baan.

Maar er is ook goed nieuws. De helft van de mannen die recent voor het eerst vader zijn geworden, neemt een halve of hele 'papadag' per week op, vaak via ouderschapsverlof of flexibel werken. Van de jonge moeders heeft echter vrijwel iedereen minimaal één 'mamadag' per week. Zij maken ook twee keer zo vaak dan vaders gebruik van ouderschapsverlof en dat verschil wordt niet kleiner. Ook de zorg voor zieke (schoon)ouders of andere familieleden wordt vaker door vrouwen geboden.

Vrouwen zeggen dat ze het graag anders zouden zien: zij willen een evenwichtiger taakverdeling. Maar de praktijk pakt volgens het SCP anders uit. Er wordt door vrouwen nauwelijks onderhandeld aan de keukentafel, want hun wensen om meer te werken stuiten op economische tegenargumenten. En dan is er nog de emotionele kant van het verhaal: vrouwen voelen zich veel vaker schuldig over 'iedereen die ze dan in de steek laten'. Vooral vrouwen met weinig scholing zitten daarnaast ook nog eens vast in traditionele rolpatronen.

Uiteindelijk zijn de verschillen in taakverdeling tussen mannen en vrouwen in tien jaar tijd kleiner geworden, maar minder snel dan in de beginjaren van het emancipatiebeleid werd gedacht. Vrouwen zelf stellen dat de overheid nog meer moet ingrijpen om ze een gelijke positie op de arbeidsmarkt te bezorgen. Door meer kinderopvang mogelijk te maken en thuiswerken en flexibel werken te stimuleren. Dan krijgen ze naar hun gevoel meer munitie bij de onderhandelingen aan die keukentafel.

(bron; de gelderlander)

terug