Geschiedenis kinderopvang

De geschiedenis van de kinderdagverblijven begint eigenlijk al halverwege de achttiende eeuw. De kinderen van moeders die (moesten) werken brachten hun kinderen naar zogenaamde matressenschooltjes. Deze schooltjes waren niet het toonbeeld van hygiëne, licht, lucht en ruimte. Bij inspecties van de gemeente werden er soms twintig zuigelingen in een bedstee aangetroffen. Om er voor te zorgen dat aan deze wantoestanden een einde kwam, werd in 1847 de Vereeniging tot Verbetering der Kleine Kinderbewaarplaatsen opgericht.

Dit was een liefdadigheidsinstelling van heren uit de hogere stand. In 1872 concludeerden de heren dat er wel dagverblijven waren opgericht, maar dat de omstandigheden weinig veranderd waren. En zij droegen het bestuur over aan een aantal dames van de gegoede burgerij, omdat ‘de zorg van het jonge kind meer de taak is van den vrouw’. De dames pakten de zaken wat voortvarender aan en richtte in 1872 al het eerste bewaarschooltje op. 

Na WOI bewandelde men in Nederland een geheel andere weg dan de ons omringende landen. In bijvoorbeeld Frankrijk, België en Engeland waren tijdens de eerste Wereldoorlog al meerdere crèches ontstaan, omdat de vrouwen de arbeidsplaatsen overnamen en de kinderen ergens onderdak moesten worden gebracht. In het neutrale Nederland had geen echte oorlogseconomie gedraaid dus crèches waren hier niet noodzakelijk. In WOII waren wederom de kinderdagverblijven in alle landen (ook Nederland) vol omdat veel vrouwen werkten. In Frankrijk, België en Engeland leidde dat echter tot inzichten over pedagogiek en kinderpsychologie die na de oorlog werden toegepast in de kinderdagverblijven. De economische zelfstandigheid die vrouwen door de oorlog verkregen, behielden ze door de verdere ontwikkeling van de kinderdagverblijven.

In Nederland vond deze ontwikkeling echter niet plaats. Kort na de oorlog werden crèches gezien als een noodzakelijk kwaad voor ontwrichte gezinnen, alleenstaande moeders en gezinnen in geldnood. Een kind hoorde thuis bij de moeder. Kortom als een kind naar de crèche ging was dat een schande. Die ideeën kwamen onderdruk te staan door de invoering van de Bijstandswet waardoor alleenstaande moeders niet meer afhankelijk waren van werk of liefdadigheid. Daarnaast is de tweede feministische golf van eind jaren zestig van grote invloed geweest op de toename van vrouwen op de arbeidsmarkt.

terug