Tijdsbesteding van ouders

Cijfers over de tijdsbesteding van ouders van Het Sociaal Cultureel Planbureau:

Het hebben van kinderen heeft een grote invloed op de tijdsbesteding. Het drukst zijn onmiskenbaar ouders met jonge kinderen (tot 4 jaar). Het totaal aan werk- en zorgtaken bedraagt in 2011 voor mannen ruim 62 uur per week, voor vrouwen 54 uur. Mannen met kinderen tot 4 jaar zijn daarmee het drukst bezet. Vrouwen besteden minder tijd aan betaald werken doordat ze vaker partime werken. Vrouwen met jonge kinderen investeren fors in de kinderen en ook het huishouden vergt relatief veel tijd.

Mannen besteden in de gezinsfase met zeer jonge kinderen juist de meeste tijd aan betaald werk: gemiddeld bijna 43 uur per week in 2011. Zij gaan over het algemeen niet minder werken om meer te gaan zorgen. De zorgtijd (huishouden en kinderen) van in totaal bijna 20 uur per week komt bovenop hun betaalde baan. Voor mannen betekent de gezinsfase met jonge kinderen dan ook vooral dat zij minder vrije tijd hebben.

De tijd die ouders aan de zorg voor hun minderjarige kinderen besteden, is ongeveer 9 uur per week. In 2011 besteden moeders 11,5 uur per week aan de zorg voor kinderen, vaders (5,9 uur). 

Als kinderen ouder worden, neemt de optelsom van verplichtingen voor de ouder(s) geleidelijk af. Ouders waarvan het jongste kind tussen de 4 en 17 jaar is, zijn nog steeds veel tijd kwijt aan verplichtingen, maar minder dan ouders met kinderen tot 4 jaar.

Voltijdwerkers zijn het drukst bezet met hun taken. Mannen en vrouwen verschillen hierin niet van elkaar. Wel besteden voltijds werkende mannen meer tijd aan betaalde arbeid (42,5 uur) en minder tijd aan het huishouden (8,6 uur) dan voltijds werkende vrouwen (resp. 35,5 uur en 14,4 uur per week). Dat verschil is er niet of nauwelijks voor kinderzorg. Vrouwen met jonge kinderen werken echter nauwelijks voltijds: een jaar na de geboorte van het eerste kind heeft slechts 10% van de moeders een voltijdbaan.

Vrouwen die in deeltijd werken zijn in de regel drukker bezet met de optelsom van verplichte taken dan mannelijke deeltijders en hetzelfde geldt voor niet-werkende vrouwen vergeleken met niet-werkende mannen. 

De overheid hecht eraan dat de verhouding arbeid en zorg gelijkmatig verdeeld is over mannen en vrouwen. De laatste decennia was van een dergelijke ontwikkeling niet alleen sprake in Nederland, maar in tal van westerse landen. Vrouwen investeren inmiddels meer tijd in betaald werk, terwijl de tijd voor huishoudelijke zorg iets terugloopt. Bij mannen zijn de veranderingen geringer: bij betaald werk blijft veel bij het oude en gaan zij mondjesmaat meer thuis doen. 

terug